Meloen, Mali, Maringo

Op 13 september vindt de tweede editie plaats van 3×3=9. Een avond vol verhalen en muziek met Wasim Arslan, Mario Goossens, e.a. We vieren en onderzoeken het lied als medicijn in het labyrint van de Fruittuin van West

Info & Tickets: https://www.paradiso.nl/nl/programma/3×3-9/79307/

Voorafgaand aan deze avond ontmoet ik Maringo Bérénos van de muzikale beweging Sabali. Maringo maakt muziek met Afrikaanse, Caribische en Zuid-Amerikaanse invloeden en Nederlandse teksten. Ik nodig hem uit voor een wandeling bij mijn huis. Maringo brengt een watermeloen en zijn Senegalese Kalimba mee. Zijn hondje Mali rent voor ons uit over het bospad.

Maringo vertelt: Toen ik voor het eerst in Zuid-Afrika kwam, viel alles op zijn plek. Aha, dacht ik. Muziek is dus toch wat ik vermoedde dat ze is. Pure heling. Dit is de oorsprong van muziek, haar essentie. Niet in alle werelden zijn mensen dat gewend. Hier in het Westen heeft het lied een andere rol. Het is meer gericht op commercie en entertainment.

We komen op een open plek in het bos. Mali gromt tegen een egel. 

Maringo: Hoever is de zee hier vandaan?

Milou: Ongeveer 20 minuten. Als je rent.

Maringo: Gevaarlijk.. 

Al rennend praten we verder.

Milou: Zouden we het lied als heling en als entertainment wel van elkaar gescheiden moeten zien? Het kan ook helend zijn om mensen te laten lachen of dansen door muziek. 

Maringo: Zeker. Tijdens het Mandala festival speelden we met Sabali in een drijvende tempel middenin een meer. We begonnen met meditatieve klanken en bouwden op tot een extatisch dansfeest. Iemand kwam een dag later naar ons toe om te zeggen wat het allemaal in haar had bewogen. En ze was niet de enige. Puur medicijn.

Milou: De plek waarin het lied wordt gebracht, en de verwachtingen die ermee gemoeid gaan, hebben volgens mij grote invloed op de functie van het lied zoals jij het beschrijft. Met spontaniteit, interactie en intimiteit schep je ook de voorwaarden voor die heling en verbinding. In tegenstelling tot hoe concertzalen en theaters zijn ingericht. Bestemd voor grote groepen publiek, een scherp onderscheid tussen publiek en performer, podium en zaal. Mensen betalen een kaartje en komen om iets te krijgen, niet om zichzelf te brengen. 

Maringo: Inderdaad. Publiek en performer creëren een avond samen. Net als in veel andere Afrikaanse landen die ik heb bezocht en ook in Cuba en Brazilië heb ik dat heel sterk gevoeld. In ceremonies en gewoon op straat. ‘Venga! Kom spelen!’ Klinkt vanuit iedere straathoek. Als je zegt dat je verlegen bent om te zingen of het niet kunt, kijken mensen je gek aan. Iedereen doet mee. 

We laten ons vallen in het zand. Maringo haalt zijn watermeloen tevoorschijn en breekt hem doormidden. ‘Ik eet bijna alleen maar fruit,’ zegt hij. ‘Dat is ook puur medicijn.’